Hoog aan de hemel stond de zon. 

   Schijn ik eigenlijk wel goed? dacht hij. Hij wist dat nooit zeker. Nu eens scheen hij wat harder, dan weer wat zachter. Maar of het goed was? De hele dag dacht hij daar over na. 
   's Avonds was hij altijd moe van het schijnen, maar vooral van het denken, en ging hij onder. Achter de horizon viel hij meteen in slaap. Hoe het er daar uitzag wist hij niet. 

   Als hij wakker werd sprong hij overeind, wist hij even niet waar hij was, klom vlug ergens tevoorschijn en begon weer te schijnen. Dan was het ochtend. Hij hield van de ochtend. Waarom is het niet altijd ochtend? dacht hij vaak. Hij begreep het niet.

   Soms verschenen er wolken die voor hem gingen hangen. Dan dacht hij: wat nu? en krabde met zijn stralen achter zijn gloeiende achterhoofd. 

   O ja, dacht hij kortere of langere tijd later. Tevoorschijn komen ik moet tevoorschijn komen, dat is waar ook. Dan kroop hij achter de wolken vandaan. 

   In de diepte onder hem zag hij de wereld. Hij zag de woestijn, het bos, de rivier met zijn glinsterende golven, de steppe, de zee....

  Hij zag ook kleine stipjes die stilzaten of bewogen. Soms waren ze allemaal bij elkaar en draaiden om elkaar heen, soms vlogen ze op, of verdwenen onder water, en soms viel er opeens een ergens uit.

   Wat het precies waren wist de zon niet. Stofjes? Een soort sterren? 

   De zon fronsde zijn voorhoofd. Ik schijn niet goed, dacht hij. Ik schijn vast niet goed. Maar hoe moet ik dan schijnen? Aan wie kan ik dat vragen? Niet aan de maan. Die kende zelf alleen maar vragen geen antwoorden. En zoals de maan scheen, zo bleek en ingedeukt zo zou de zon nooit willen schijnen. 

   Er was niemand aan wie hij het kon vragen.

   Ik moet schijnen, dat wist hij zeker. Maar dat is volgens mij ook het enige dat ik weet, dacht hij. Hij probeerde weer anders te schijnen, iets scherper, iets flauwer, iets waterachtiger. 

   Het is vreemd om de zon te zijn, dacht hij. Niemand weet hoe vreemd dat is. 

   Hij gloeide en scheen iets lichter, iets helderder. Ah, dacht hij, nu schijn ik vast precies goed. Zo moet ik blijven schijnen. Als ik dat eens kon...!

   De rivier glinsterde en overal leunden stipjes achterover. Het was zomer, hoog aan de hemel stond de zon. 

 

Een verhaaltje over de Zon

Uit het boek 'Genezing van de Krekel' door Toon Hermans

Jouw Talent

Net als de zon schijnt omdat hij de zon is, schijn jij omdat jij jij bent. Jouw talent gaat je natuurlijk af. Gedachten of situaties kunnen ons (lijken te) belemmeren om te zijn wie we in essentie zijn, en om ons talent ten uitvoer te brengen. Gelukkig is er goed nieuws! Jouw talent gaat nooit verloren, en is er nu al, op het moment dat je dit leest, het zit NU in jou, en dat zal altijd zo blijven. Wat een heerlijke verblijdende gedachte! 

 

Het is de kunst om de wolken waar te nemen, ze te zien voor wat ze zijn, en te besluiten tevoorschijn te komen, achter de wolken vandaan. Met stembevrijding kan je gaan voelen en waarnemen hoe het binnen in jou is, en kleine, of GROTE, stappen te zetten jouw gevoelens en emoties te uiten, te laten zien en horen wie jij bent. Erachter te komen waar je blij van wordt, je verlangen te voelen, en dus jouw talent, jouw natuurlijke kracht te ontdekken.

Net als dat de zon het aan niemand anders kan vragen, kan je het alleen jezelf vragen, door te voelen, naar binnen te gaan, en weer af te stemmen op jezelf. Gelukkig hoef je het niet alleen te doen, een beetje begeleiding en warme bedding bieden ondersteuning in jouw zoek- en voeltocht.

 

Als iets van hierboven met je resoneert, bijv. voel je een sprankje herkenning, warmte bij het lezen van een stukje tekst of verlangen (zo'n kriebel in je borst?) dan ben je van harte welkom voor een oefensessie stembevrijding.